Blog Image

Reflecties en herinneringen

Verdwenen vrouwen deel 1.

Verschijnen Posted on Tue, May 14, 2019 20:28:14

Misogynie was een term die ik eigenlijk niet kende. Maar door de verkiezing van de Amerikaanse president kwam ik haar zo vaak in de pers tegen dat ik de betekenis leerde kennen. Vrouwenhaat, voortkomend uit verongelijktheid, onzekerheid, het idee rechten te hebben op het gebied van vrouwelijke aandacht. Ik dacht dat dat na bijna tweehonderd jaar vrouwenemancipatie wel op haar retour was, maar ja dat dacht ik ook van godsdienst in het publieke domein en ook van openlijk beleden racisme. Het zwelgen in de lelijkheid van on-beschaving, onverdraagzaamheid, het sluiten van de geest voor alles wat je niet begrijpt en niet in je referentiekader past, ik had dat allemaal met liefde en plezier doorverwezen naar de mesthoop van de geschiedenis. Slopers kunnen in onze tijd op hogere waardering rekenen dan bouwers van bruggen. Waar gaan we in godsnaam naartoe in deze tijden van post-truth en deepfake?

Het verschil in beschaving wordt pijnlijk duidelijk als je het handelen van Jacina Ardern na de aanslagen in Christchurch vergelijkt met dat van haar mannelijke ambtsgenoten op het wereldtoneel. Laat de 21e eeuw maar snel de Eeuw van de Vrouw worden.

De negentiende eeuw wordt ook wel de eeuw van de man genoemd ( door wie?) Mannen hadden de macht en de middelen en hadden totale controle over het leven van vrouwen, dat speelde in alle lagen van de bevolking. Van de Engelse armoezaaier die zijn vrouw als vee naar de markt leidde om haar publiekelijk te koop aan te bieden ( 1) tot de welgestelde erfgenaam die zijn vrouw opsloot in het appartement en zelf de bloemetjes buiten ging zetten met demi-mondes en arbeidersmeisjes. Op enkelingen na zaten vrouwen gevangen in vast aan hen toegewezen ruimtes, zowel geestelijk als fysiek.( 2)

Mannelijke en vrouwelijke sferen

Linda Nochlin vergelijkt Courbet’s “Proudhon” met “The lictors returning to Brutus the Bodies of his Sons” van Jaques-Louis David, en verwijst met name naar mannelijke en vrouwelijke zones in de schilderijen. De koel beheerste intellectuele houding, analytisch en opofferingsbereid tegenover de emotioneel zorgzame rol die vrouwen werd toebedacht.( Op de afbeelding het “portret van Pierre-Joseph Proudhon in 1853” zoals het getoond werd op de Salon van 1865, met de zwangere Madame Proudhon )

Op pagina 61 omschrijft ze Proudhon als ; “preuts en anti-feminist extraordinaire, schrijver van die mijlpaal in de geschiedenis van de misogynie La Pornocratie ou les femmes dans les temps modernes”. ( 3) Proudhon vertegenwoordigende een compleet andere stroming binnen het utopisch-socialisme dan de Fourierist Jean Journet, die zijn op 1 januari 1857 verschenen poëtische pamflet “L’ère de la Femme ou la Règne de la harmonie universelle” opdroeg aan keizerin Eugénie. Wat best vreemd is, dat je als wandelend profeet te voet door Frankrijk en België trekt om universele gelijkheid van alle mensen te prediken en een tekst over de gelijkheid van de seksen opdraagt aan de hoogste vrouw van het land, de echtgenote van een door een staatsgreep aan de macht gekomen autocratisch leider.

Flaubert geloofde absoluut niet in universele harmonie en de gelijkheid van de seksen . Aan George Sand die hij als vertegenwoordiger van ‘la Troisieme Sexe’ aanduid schrijft hij een brief waarin hij een opvallende vee-metafoor gebruikt die aansluit bij de handelwijze van de Engelse pauper van voorheen: “Maar wat voor voorstelling maakt u zich dan van vrouwen, u die tot het derde geslacht behoort? Zijn ze niet, zoals Proudhon zegt, ‘de wanhoop van de rechtvaardige?’ Sinds wanneer kunnen zij zonder hersenschimmen? Na de liefde de vroomheid; zo gaat het altijd (…) Er zijn maar weinig mensen die het bovennatuurlijke niet nodig hebben. De filosofie zal altijd het privilege van de aristocraten blijven. Je kunt het menselijk vee vetmesten zoveel je wilt, het stro geven tot buikhoogte en zelfs hun stal vergulden, het zullen altijd beesten blijven, wat men ook beweert. De enige vooruitgang waar je op kan hopen, is het beest een beetje minder gemeen te maken. Maar of het mogelijk is de ideeën van de massa op een hoger plan te brengen, haar een breder, en dus minder menselijk Godsbegrip bij te brengen, ik betwijfel het, ik betwijfel het”.( 4)

Courbet was al langer van plan een portret te schilderen van zijn grote voorbeeld Proudhon maar ondanks veelvuldig aandringen en hulp van vrienden als Castagnary lukte het maar niet om de grote filosoof en socialist te overtuigen om te poseren. Zo media-vaardig als Courbet was, zo schuw was Proudhon. Victor Considérant, een vroeg-socialistische leider, omschreef hem als; “de verlegen man die vastbesloten was dat niemand zijn ideeën zou delen” (5) Alan Bowness heeft alle 14 delen van Proudhon’s Correspondance en de 9 ‘Carnets‘/dagboeken doorzocht en vindt nauwelijks verwijzingen naar Courbet. Hij interpreteert dat als een duidelijke vorm van eenrichtingsverkeer. (6)

Proudhon klaagt over de vele lange brieven van Courbet. In een brief aan Chaudet (1 juni 1864) schrijft hij dat hij weer een ellenlange brief heeft ontvangen, geschreven “op het vetst mogelijke bij een slager weggegraaide papier” ( 7) In 1863 had Courbet hem gevraagd om dan in ieder geval eens bij een fotograaf langs te gaan zodat hij wat fotos van hem heeft. Op 13 januari 1865 schrijft Courbet aan Castagnary “Je moet Proudhon onmiddellijk voor me bezoeken. Vraag als voorwendsel maar naar een brief die ik hem schreef. Probeer het met hem of met zijn vrouw te regelen , als hij sterft zonder dat ik de kans heb gehad om zijn portret te schilderen zullen we het nooit hebben”. Proudhon overlijdt zes dagen later.

Courbet vreest te laat klaar te zijn voor de Salon van dat jaar en wil het ‘momentum’ grijpen om het portret van zijn held te presenteren.

Hij besluit zijn hommage te baseren op een herinnering aan een bezoek dat hij in 1853 aan het gezin Proudhon had gebracht. Hij beschrijft de scene die hij voor ogen heeft; “Als het niet regende had hij de gewoonte om met zijn boeken en schrijfgerei op de drie trapjes naar de tuin te gaan zitten, in de zon, vergezeld van zijn vrouw en kinderen. Een kind speelt in het zand, het andere kind leert lezen onder het toeziend oog van Madame Proudhon, op het tweede plan” (!)

Met behulp van door Castagnary aangeleverd materiaal ( foto’s en een dodenmasker) lukt het hem om het schilderij in twee maanden tijd zover af te krijgen dat hij het kon inleveren voor de Salon.

Aan Jules Luquet, 1865. “Mijn beste Luquet; Onze vriend Carjat heeft me zojuist een magnifieke brief geschreven over mijn schilderijen. Hij is verrukt over het schilderij van Proudhon. Alleen de vrouw laat wat betreft gelijkenis nog wat te wensen over, de kinderen vindt hij betoverend. Ik moet je alle lof die hij me persoonlijk,maar ook uit naam van vele vrienden die het doek hebben gezien, toewuift onthouden. Wat betreft de vrouw; vanaf het begin was het duidelijk dat het gaat over een voorlopige figuur, wiens gelaatstrekken enigzins gelijkenis vertonen met die van Madame Proudhon.

Hij heeft een plan om eenmaal in Parijs ter plekke haar portret in te schilderen: ”Ik ben sterk geneigd om de administratie die me zo vaak heeft dwars gezeten niet om een gunst te vragen. Echter als ik, zoals je ( Luquet) me verzekert, een dag of een halve dag voor opening van de tentoonstelling aan het schilderij zou kunnen werken, zonder dat jij teveel moet hielenlikken, zou ik op de dag van aankomst in Parijs een portret van Madame Proudhon, dat ik op een stuk linen ‘naar het leven’ van haar heb geschilderd, in drie uur tijd kunnen overnemen op het schilderij.

Ten Doeschate-Chu , in een aanvulling op deze brief; “Ondanks het feit dat Courbet waarschijnlijk een schets maakte van Madame Proudhon, kreeg hij geen toestemming om het ‘portret van Proudhon’ te veranderen. Na afloop van de Salon besloot hij Madame Proudhon helemaal weg te schilderen. (8)

Het werk aan het doek gaat door, in een brief van april 1866 schrijft Courbet; “Ik besloot om het lage muurtje in de achtergrond weg te halen en ik ben van plan om Madame Proudhon te schilderen naar aanleiding van een schets die ik op mijn atelier heb.”

Op 14 juli 1867 schrijft hij aan Castagnary “ ik heb de vrouw weg geschilderd, de kinderen zijn af, de achtergrond is veranderd ook heb ik Proudhon nog eens aangepakt. Het ziet er nu geweldig uit”.


Courbet schilderde struiken over Madame Courbet’s gezicht en bovenlichaam heen, op haar stoel blijft een mandje met naaigerei en een stapeltje textiel achter.

Er is veel over dit besluit van Courbet geschreven , de mooiste duiding komt van Linda Nochlin. “ Hij verwijderde de vrouw van zijn grote voorbeeld nadat het doek voor het eerst was geexposeerd, waarbij hij haar overbodige persoon verving door een verhullende bol garen. Ongetwijfeld leidde haar persoon teveel aandacht af van de dominante aanwezigheid van haar misogynistische echtgenoot, de held van het schilderij”. ( 9)

( 10)

( 11)

Dit blog biedt ontzettend veel aanknopingspunten voor nieuwe teksten. Zoals de “Responses to Proudhon” van Madame d’Hericourt, als ook de brief van Jeanne Deroin( Le Voix des Femmes)( 11), tijdsdocumenten van de vroeg feministische beweging. Maar ook de koppeling met Baudelaire’s muse Jeanne Duval, als schim aanwezig op Courbet’s schilderij ‘The Studio’ en op verzoek van Baudelaire door Courbet verwijderd. De schimmen van vrouwen op ‘Een begrafenis in Ornans’ waardoor het een schildertechnisch verhaal wordt. En natuurlijk Alexandria Ocasio-Cortez en de rol van vrouwen in de Amerikaanse verkiezingen van 2020.

1. https://historianet.nl/maatschappij/dagelijks-leven/mannen-verkochten-hun-vrouw-als-vee

2. Over uitzonderingen op de regel lees; “The Woman of Ideas in French Art, 1830- 1848 van Janice Bergman Carton, Yale University Press, New Haven and London, 1995.

3. Courbet, Linda Nochlin, Thames and Hudson Ltd London, 2007, pagina 14 e.v.

4. Gustave Flaubert, Haat is een deugd, een keuze uit de correspondentie, Arbeiderspers, 1988. Brief datum 19-9-1868

5. G.Woodcock, Pierre-Joseph Proudhon, MacMillan, London, 1956. (“That shy man who was determined that none should share his views”)

6. Alan Bowness, Courbet’s Proudhon, The Burlington Magazine Vol 120, March 1978. (Het is interessant om Klaus Herding’s kritiek op Bowness’ statistiek en de door hem getrokken conclusies te lezen. In het artikel heeft Herding het ook over het patriarchale individualisme en de afstandelijke verhouding tussen de filosoof en echtgenoot Proudhon ten opzichte van zijn vrouw en gezin, de botsing tussen theorie en praktijk. Klaus Herding, Proudhons “Carnets Intimes” und Courbets “Bildnis Proudhons im Familienkreis”, in Malerei und Theorie, Das Courbet- Colloquium 1979, Frankfurt am Main)

7. Gustave Courbet his life and art, Jack Lindsay, Jupiter Books, 1977 pagina 185-86

8. Letters of Gustave Courbet, Petra ten-Doeschate Chu, University of Chicago Press, Chicago, 1992. Brief 65-11

9. Courbet, Linda Nochlin, Thames & Hudson, 2007, pagina 14.

10. Een zeer lezenswaardig document is Replies to Proudhon, A Woman’s Philosophy of Woman; or A Woman Affranchised door Madame D’Hericourt uit 1864. ( link: https://www.yumpu.com/en/document/view/17800540/woman-affranchised-excerpt-the-libertarian-labyrinth)

11. Female Writers’ Struggle for Rights and Education for Women in France- (1848-1871), Joyce Dixon- Fyle, Peter Lang Inc., International Academic Publishers 2006, pagina 150 e.v

12 Op deze website zijn portretten van een oudere mevrouw Proudhon en haar volwassen dochters te bekijken.http://memoirevive.besancon.fr/?id=recherche&action=search%26form_search_fulltext%3D%22Portraits+–+Pierre-Joseph+Proudhon%22%26label_fulltext%3D%26tri%3D&label_complete_search=%22Portraits+–+Pierre-Joseph+Proudhon%22&type=



Verschijnen

Verschijnen Posted on Tue, April 16, 2019 10:20:56

In oktober 2012 begon ik met mijn pagina Open-source painting op Facebook.( 1) Ik wilde mijn onderzoek naar klassieke schildertechnieken en materialen delen. Voor Avans, AKV /StJoost , had ik een aantal jaren schildercursussen gegeven waarbij ik de studenten informeerde over de vele mogelijkheden van de schilderkunst . Om hen een historisch perspectief te bieden en hen verder te laten kijken dan de standaard schoolverf, de acryl. Een neutrale allemansvriend. Omdat ik de 6 (soms 5 lessen) aan de magere kant vond en zelf nieuwsgierig was om alles wat ik las, en op theoretisch niveau wist, zelf uit te proberen besloot ik om mijn experimenten stapsgewijs te fotograferen. Een ander gevolg was dat ik me in musea steeds nadrukkelijker voelde aangetrokken tot schilderijen die me inzage gaven in hun maakproces.

In 2013 was ik in het Schlossmuseum in Weimar en op de eerste verdieping hing een schilderij dat mijn aandacht trok, in eerste instantie niet door wat er werd weer gegeven maar door de onvolkomenheden in het beeld. Friedrich Wilhelm Martersteig schilderde in 1848 deze “Pariser Barrikade’ ,een beeld van de Februari-revolutie die hij als student in Parijs meemaakte. De barricade wordt bewaakt door mannen in kielen, ze steken helder af tegen de hemel. Het linkergedeelte van het doek ziet er prima uit maar rechts zijn een aantal overschilderingen te zien, deze zijn echter transparant geworden. Vandaar dat ik het een mooi voorbeeld voor mijn cursus vond en ik er een aantal details van heb gefotografeerd.

Te zien is dat hij de grootte van de figuren tegen de huizenblokken aan, rigoureus had aangepast om een dieper perspectief te suggereren en de verhouding ten opzichte van de hoge gebouwen wat realistischer te maken. De twee staande mannen zijn de helft gekrompen en ook de zittende man is aangepast. De man van het burger-echtpaar rechts, met de zoon die een geldstuk in een collectebus doet, is opvallend knullig en lijkt later over het voltooide schilderij heen geschilderd te zijn. De vrouw lijkt in de ongecorrigeerde versie alleen met haar zoon naar de barricade te zijn gekomen. Haar bleke gezicht zit strak tegen een opvallend diepbruine gelaat aan. Deze revolutionair doet me denken aan de man met de sabel op het doek van Delacroix uit 1830. Achter haar en nog gedeeltelijk zichtbaar moet een figuur met een rode muts zijn geschilderd , en een nors kijkende grijsaard die de blik strak op haar heeft gericht. De zedig naar beneden kijkende vrouw ingeklemd tussen drie mannelijke gezichten, het lijkt me beter dan wat er nu is ontstaan. Mogelijk trok de rode muts teveel aandacht, waarom de kleur van zijn kleding niet aangepast? Nu lijkt het of de man met de halfhoge hoed vrouw en kind uit het schilderij weg wil trekken, de beweging is niet geloofwaardig.

detail Delacroix

Martersteig verbleef, na zijn studies aan de Kunstacademies van Dresden en Düsseldorf, van 1838 tot 1848 in Parijs. Daar studeerde hij bij Paul Delaroche en ook hielp hij Ary Scheffer bij het vervaardigen van een aantal grote doeken. Hij nam met eigen werk deel aan een aantal Salons. Begin 1848 werd Martersteig door Koning Louis Philippe in de gelegenheid gesteld om mee te werken aan decoratie- werken voor het Paleis van Versailles, maar de uitbraak van de revolutie gooide roet in het eten.

Zijn doek ‘Pariser Barrikaden’ is een van de weinige beeldende reacties van een Duits kunstenaar op de Parijse Februari-revolutie. Na zijn terugkeer naar Weimar hoopte hij lange tijd terug te kunnen keren naar Parijs als de omstandigheden hem dat mogelijk maakten, in de tussentijd voltooide ( of veranderde?) hij in Parijs begonnen werken. (2)

De zedige vrouw tussen drie verschillende types mannen deed me denken aan een schilderij uit de collectie van Museum Boymans van Beuningen. ( uitsnede) Het is een Christus voor Pilatus en het werk is geschilderd door een navolger van Jeroen Bosch ( 3).

Waarom de wantrouwende blikken? Vertegenwoordigt de vrouw iets waar de drie mannen, en zelfs de later toegevoegde ‘echtgenoot’ een hekel aan hebben? Ik zal daar meer onderzoek naar doen en kom daar later op terug. In het kader van het Verschijnen van verstopte figuren door de chemische veranderingen in de verflagen besluit ik met een ontdekking die in 2017 werd gedaan. Tijdens het onderzoek van een schilderij met het portret van Sir John Maitland uitgevoerd door the National Galleries of Scotland en het Courtauld Institute of Art, werd het gelaat van een vrouw zichtbaar. Het portret heeft volgens de onderzoekers veel overeenkomsten met afbeeldingen van Mary Queen of Scots, gemaakt tijdens haar leven. In 1567 werd Mary beschuldigd van het vermoorden van haar echtgenoot en gevangen gezet op bevel van haar nicht Elizabeth I. Twintig jaar later, in 1587, werd Mary geëxecuteerd. Volgens de onderzoekers zou Adriaan Vanson, een Nederlandse schilder die voornamelijk aan het Schotse Hof werkte, de opzet van het schilderij twintig jaar hebben bewaard en het twee jaar na Mary’s executie hebben overgeschilderd met het portret van Sir John Maitland. ( 4)

Ook hieraan zijn volgens mij weer mooie verhalen vast te knopen. In een volgende tekst zal het gaan over ‘verdwenen vrouwen’.

Bronnen:

1. https://www.facebook.com/OpenSourcePainting/

2. Martersteig; Pariser Lehrjahre/ Ein Lexicon zur Ausbildung deutscher Maler in de französischen Hauptstadt” Bd. I: 1793-1843. Herausgegeben von France Nehrlich und Benedicte Savoy

3. https://www.boijmans.nl/collectie/kunstwerken/3718/christus-wordt-voor-pilatus-gebracht

4. https://inews.co.uk/news/uk/revealed-portrait-mary-queen-of-scots-hidden-centuries/