Dit hele kleine plaatje uit een boek over Daumier viel me op vanwege de thematiek maar vooral vanwege de relatieve ‘knulligheid’ die ik uitnodigend vond. Het lijkt een eerste versie, een ruwe schets van een idee dat door Daumier nooit is uitgevoerd en ik vond het aantrekkelijk dat ik deze schets ‘af zou kunnen maken’. De vraag, ‘kun je zo dronken zijn dat je blijft vastzitten aan de tafel ? ‘ was daarbij leidend. De Duitse titel is Trunkenbolde, dat betekent zoiets als ‘zuipschuiten’,en dat dekt de lading denk ik wel. Het werk meet 24,5 x 26,2 cm, olieverf op papier op hout gelijmd, en is afkomstig uit de voormalige collectie Roger Leybold. ( 1896-1970) Deze eigenaar van een industriële brouwerij had een grote verzameling schilderijen, tekeningen en brieven van Delacroix, Daumier, Jongkind, Corot en Boudin. Ene ’Madame X’ wordt bij Veilinghuis Drouot vermeld als erfgename van de collectie Leybold. Het zou kunnen dat dit werk op 17 november 1982 is geveild.

Eerst kopieerde ik het tekeningetje als ets, links het etsplaatje rechts de afdruk

Vervolgens komt de op de tafel steunende man nog op een viertal schilderijen uit 1998 terug, in de omschrijving die ik op dat moment gebruikte, MA 11, MA 3 en MA 1. MA stond voor Molino Alto, dat was de naam van de oude watermolen in Niguelas, ( Spanje) die we in het voorjaar van 1998 voor een periode van 3 maanden huurden van de Schotse dichter Martin Bates. Deze werken zijn daar gemaakt


Dit werk, M.A.1, werd verloot tijdens een televisie uitzending van AVRO’s kunstblik, er werd een leuk atelierbezoek gefilmd met Liesbeth Brandt Corstius als interviewster.

Weer thuis in Nederland ontstond het volgende schilderij, Nr 794, het meet 130 x 200 cm en bevat alle elementen van de in Spanje gemaakte werken, de Daumier-figuur, de tafel met invloeden van het Nederlandse herberginterieur, mijn tekenende oudste zoon ( 3 jaar op dat moment), de ’herberg’ en de stukjes landbouwgrond langs de rivier met olijfbomen en de snelwegbrug richting Granada. Het doek werd in 1998 getoond bij Galerie Oele, Amsterdam.

In latere teksten zal ik verder op deze Spaanse periode in gaan.