Al vanaf je dappere, overmoedige, roekeloze, maatschappelijk
onhandige keuze om te gaan studeren aan een kunstacademie zie ik je als jonge
collega. Ook ik heb op mijn 17e bedacht dat ik kunstenaar wilde
worden. Eerst nog wat schuchter, door wel in de buurt van de kunst te zijn,
maar meer aan de toegepaste, en ogenschijnlijk financieel-zekere, kant. Maar na
mijn afstuderen ben ik er volledig ingedoken. Vorig jaar ben ik 60 geworden en
ik heb nog geen dag spijt gehad van deze keuze. Ik heb het mooiste leven dat
een mens kan wensen.

Normaal volgt hier dan
een passage over de schaduwzijde, die is er wel, maar dat stel ik toch nog maar
even uit omdat de schaduwzijde in deze tijd met bakken tegelijk over jullie
enthousiaste hoofden wordt uitgestort.

Waarschijnlijk was ik erg eigenwijs en nieuwsgierig had ik
zin om alles wat ik niet kende te onderzoeken, voelde me in de rust van het
nadenken, lezen en kijken heel erg thuis. Bedenk dat er geen telefoons en
computers waren, en als je geen brieven schreef of via een vaste telefoon belde
had je maandenlang geen contact met andere mensen dan de mensen om je heen. Ik
herinner me de zeeën van tijd, de verveling, maar ook de vrijheid om op te
pakken wat me interesseerde. Ik had absoluut geen leerdoelen of groot plan voor
ogen, maar was me ervan bewust dat ik vreselijk weinig wist. Kranten,
literatuur, poëzie, geschiedenis, filosofie, de bijbel, biografieën en zelfs
encyclopedieën ik las alles waar ik zin in had, vaak meerdere boeken tegelijk. Soms wist ik na lezing nog niet precies waarom
ik het gelezen boek had opgepakt, radeloos was ik soms in het besef dat ik
intellectueel niet in staat was om de teksten te doorgronden , laat staan
verbanden aan te brengen.

Omdat ik een opleiding tot illustrator had gedaan had ik
nogal last van een overmaat aan op effect gerichte maniërismen, mijn tekeningen
waren gericht op mooi-makerij en zongen los van de functie die het tekenen zou
moeten hebben. Als middel om tot vormbegrip te komen, het neerschrijven van een
geziene vorm en de werking van het licht op die vorm. Pas veel later en door
heel veel oefenen is het me gelukt om dit te leren, saai , onderzoekend
tekenwerk met het doel, de vorm ‘in de hand’ te hebben voordat je aan een
schilderij begint. Dit zijn tekeningen die je niet kunt verkopen, die in een
schetsboek staan of op een vel papier dat je vervolgens weer gebruikt om
sjabloons van te snijden.

Ik heb alles zelf moeten leren zeg ik vaak, dan zeg ik dat
ik als schilder autodidact ben en vergeet ik de twee modeltekenlessen in de
week, de praktijklessen in het grafieklokaal, met begeleiding en op vrijdagen
zonder toezicht, (hoera!) Typografie, lettertekenen en calligrafie, grafisch
ontwerp en werken in de huisdrukkerij die ten dienste stond van de toegepaste
afdelingen, fotografie, analoog, zowel zwartwit als kleur. En dat drie jaar lang.

Van de kunstgeschiedenis had ik nog niet zoveel besef, ik
vond mezelf een hele baas dat ik ‘abstracte boekillustratie’ als onderwerp van
mijn eindscriptie nam. Hoe beperkt ook, ik kwam daardoor in aanraking met
begrippen als visuele poëzie, Paul van Ostaijen en Guillaume Apollinaire,
illustraties van Jean Arp , de gedichten van Francis Ponge (“als je goed om je
heen luistert merk je dat bijna alles niet praten kan “) en het fenomeen
kunstenaarsboek.

Dit klinkt heel slim, maar in mijn atelier in een kraakpand,
gelegen boven een Turkse sociëteit, was ik me toch voornamelijk aan het
verdiepen in Matisse, Dufy, tegelijkertijd maakt ik ook materiaaletsen die ik
op een houten wasmangel afdrukte. Op de schilderijen beeldde ik voornamelijk
mijn nieuwe vriendin en mezelf al, zonder kleren op een bed ( ‘Luxe, Calme et
Volupté). Die nieuwe vriendin en ik zijn nog steeds bij elkaar en door haar
werd ik gemotiveerd om me aan te melden bij de Jan van Eyck Academie in
Maastricht.

Als advies aan jou jonge collega, of je nu een jongen of een
meisje bent, het is het beste als je een relatie aan gaat in een fase waarin je
allebei nog in ontwikkeling bent. Zodat je samen kunt groeien, ieder op je
eigen manier, want je moet de ander wel ruimte geven. Als je dan geluk hebt
word je samen ouder en omdat je allebei een eigen leven hebt met eigen
interesses en je eigen vrienden blijf je spannend voor elkaar. Het is best
handig om iemand te kiezen die een gelijke vrijheidbehoefte heeft als jij dat
hebt, want je hebt alleen maar last van mensen die je aandacht opeisen als je
net die mooie passage aan het lezen bent of die verdiepende stap in je
beeldende onderzoek aan het zetten bent. Ook moet je oppassen voor teveel
verantwoordelijkheid, zeker in het begin van je relatie, je huurwoning
inrichten met leuke nieuwe spulletjes uit de tweedehandswinkel is zeker als je
kunstenaar bent veel slimmer dan het huisje-boompje –beestje verhaal. Vervolgens is het ook aan te raden om niet te
vroeg met kinderen te beginnen, veel samen doen, reizen, zien, exposeren, maken
en dan als je relatie bestendig blijkt is het ook heel erg leuk om kinderen te
krijgen.

Daar moet je, net als met zoveel dingen in een (kunstenaars-)leven,
geluk mee hebben. Maakbaarheid is ook in
deze kwestie een moeizaam begrip. Wat kinderen betreft is het geweldig als je
een relatie hebt met een andere kunstenaar. Je kunt je eigen tijd indelen en zo
heb je zowel je atelier- als de zorgdagen, even tijd voor jezelf ( al slaap je
alleen maar op je atelier, of droom je daar) en de intimiteit van je nieuwe
liefde.

Probeer in je atelier zo dicht mogelijk bij jezelf te
blijven en te zorgen dat je jezelf leeg kunt maken. Dat is niet altijd
gemakkelijk, zeker niet na een tentoonstelling waarbij niets werd verkocht, na vervelende
opmerkingen van galeriemensen en familie, het ontbreken van een galerie is ook niet altijd fijn. Niet nagekomen
afspraken, radiostilte waar je contact had verwacht, na een afwijzing van een
beurs of expositievoorstel. Gevoelens
van jaloezie zijn contra-productief, we werken nu eenmaal in een gebied waar
veel ( goede) collega’s actief zijn en waar keuzes moeten worden gemaakt tussen
goeden vanwege de beperkte budgetten. Het fijnste leef je als je collegiaal
bent en elkaar adviseert en verder helpt.

Op het gevaar af dat dit advies te soft is, de plaats van
jaloezie kan worden ingenomen door inhoudelijke competitie. Ik heb een
tegenslag in mijn kunstenaarsleven zo veel mogelijk beleefd als een appèl aan
mezelf om nog beter werk te maken, nog helderder te formuleren, nog
zorgvuldiger te communiceren en het publiek een volgende keer te overrompelen
met onontkoombaar goed werk. “Iets waar ‘ze’ niet omheen kunnen”.

Ook is het goed om niet te lang in slechte samenwerkingen te
blijven hangen, als je met bepaalde zakelijke partners alleen maar kwade
innerlijke dialogen aan het voeren bent is het in ieder geval goed om uit te
spreken wat je dwars zit. En als een
goed gesprek niet mogelijk is om de samenwerking dan maar helemaal te
verbreken. Beter geen relatie dan een slechte relatie. Je moet wel pragmatisch zijn, maar je
innerlijke evenwicht is veel belangrijker. Naast fijne galeriemensen zijn er
helaas ook veel die niet altijd gemakkelijk zijn in de omgang. Daarbij, voor
jou is je kunstenaarschap en je productie dagelijks van belang, staan jouw
belangen voordurend op nummer een, een
galerie verdeelt haar aandacht over alle kunstenaars die ze vertegenwoordigt.
Die verhouding is nu eenmaal scheef, dat is niet anders.

Het is van belang om oog te hebben voor kleine succesjes, voor zaken die dichtbij liggen. Het
kunstenaarschap is een zaak van lange adem, als het goed is blijf je je hele
leven lang nieuwe aspecten van jezelf ontdekken. Ben je op een zeker moment in
staat dingen te maken waarvan je jaren eerder alleen maar kon dromen. Waar ik
zelf heel veel baat bij heb gehad is studeren, mezelf in mijn technische,
ambachtelijke vaardigheden verbeteren en verbreden. De nieuwsgierigheid naar
materialen, hun eigenschappen en
verwerkingsmogelijkheden. Door deze ruimte te nemen krijgen je hersenen
even lucht, komt het denken over bijvoorbeeld een nieuw thema in een rustiger
gedachtenstroom en dan kan het zomaar gebeuren dat iets waarnaar je krampachtig
op zoek was je gewoon overkomt. Voor mij gebeurt dat ook als ik kopieer ‘naar
de meesters’. Door langer naar de werken van voorgangers te kijken word je ook
meegenomen in hun denken en de besluiten die ze als maker hebben genomen, daar
leer ik ook heel veel van.

Wat ik je ook kan aanbevelen; zie zoveel mogelijk actuele
beeldende kunst. Reserveer bijvoorbeeld een dag in de maand om in een stad
zoveel mogelijk galerieën te bezoeken, noteer wat je ziet, wat je hebt gelezen,
wat je is opgevallen. Het is de wereld waar jij deel van uit maakt. Kies niet
te gemakkelijk alleen de kunst die je gevoelsmatig of qua medium aanspreekt
maar verdiep je juist in het denken achter werk dat je ingewikkelder vindt.
Kies af en toe een andere stad, maar zorg dat je regelmatig je ronde doet, zo
leer je ook het expositiebeleid en de kunstenaars van de diverse galerieën en
presentatie-instellingen kennen. Als een galeriehouder je gezicht vaker ziet merkt
hij of zij dat je geïnteresseerd bent in wat zij doen. Op deze manier kan het gebeuren
dat je naar je mening over de expositie wordt gevraagd. Dat is het begin van
een gesprek en dat is ‘netwerken in de praktijk’. Zelfs al zal je nooit op de
plek exposeren is het heel fijn lopen over een grote kunstbeurs als je veel
contacten hebt, een praatje hier een complimentje daar, misschien zelfs een
reflectie op vroeger en het nieuwe werk van de getoonde kunstenaar, dat maakt
dat jij helemaal op je plaats bent in de kunstwereld.

Ga onder geen beding als een kip zonder kop met een
portfolio onder de arm bij een of zelfs meerdere plekken langs, daar zit
niemand op te wachten. Dat is een garantie voor veel ongemak en ongelukkige gevoelens.

Doe wel zo veel mogelijk mee aan (groeps)-exposities, ook
kunstenaars ontmoet je op je maandelijkse galerierondje, ga daar ook in op
elkaars werk en maak plannetjes voor volgende mogelijkheden. Als je het in je hebt kun je ook een blog
gaan schrijven, werk van collega’s waar je oog op is gevallen analyseren of
signaleren, tijdschriften of kleine boekjes kunnen ook een stapje zijn naar een
grotere naamsbekendheid. Binnenkort gaat mijn tijdschrift Ezel, nu nog
Nederlandstalig , met een bijgevoegde Engelse vertaling naar beurzen in
Shanghai en New York, ik heb daar hoge verwachtingen van. Want ondanks het feit
dat ik de 60 gepasseerd ben en al veel heb successen heb gehad ben ik nog enorm
nieuwsgierig wat ik nog allemaal met mijn werk kan bereiken.

Ik zou nog veel meer willen vertellen, maar ik denk dat je
onderhand wel een beetje klaar met me bent, we kunnen het gesprek altijd
voortzetten als we elkaar in onze mooie wereld tegenkomen. Dan reizen we even
met elkaar mee om vervolgens weer alleen door te gaan met ons eigen grote
avontuur.

(deze brief is geschreven op verzoek van Witte rook Breda en gepubliceerd op hun website)

https://witterook.nu/artikelen/advies-aan-de-jonge-kunstenaar-15/